Komt er op het Stichtse Strand nu toch een paviljoen?

De Gemeente Blaricum heeft een strand en verhardingen aangelegd op het natuurgebied bij de Stichtse Brug en een vergunning verleend voor een tijdelijke strandtent. Deze is inmiddels verwijderd. Volgens de gemeente kan de natuur zich hier nu herstellen (zie de omslagfoto) Er is medio augustus een aanvraag ingediend voor een horeca paviljoen. Deze is nog steeds in behandeling.

De VVG ziet er in het belang van beschermde natuur op toe dat de daarvoor geldende wettelijke regels goed worden toegepast. De provincie stelt deze vast, de gemeenten moeten handhaven. Maar van het handhaven tegen eigen belang in komt niet veel terecht.  Dan moet de VVG het maar doen. Wie anders?

Het strand was de afgelopen zomer met mooi weer overvol. De bezoekers hebben geen besef hoe kwetsbaar het gebied is, vooral het kruiden en fauna rijke grasland. Kijk hieronder nog eens op het kaartje wat daar nu allemaal dreigt te verdwijnen.

Zowel het voorland als het water maken onderdeel uit van het Natuur Netwerk Nederland (NNN). Dit is een landelijk netwerk van natuurgebieden, bedoeld om de biodiversiteit in Nederland te behouden en zo mogelijk te verhogen. Gemeenten moeten deze gebieden in hun bestemmingsplan opnemen en daarbij regels stellen voor de bescherming, instandhouding en ontwikkeling van de ‘wezenlijke kenmerken en waarden’ die de provincie aan deze gebieden heeft toegekend.

Bij het voorland, inclusief het strandgedeelte is de door de provincie toegekende bestemming: “natuur, met beperkte recreatie”. Tot nu toe heeft dat redelijk goed gefunctioneerd. Hoewel er zorgen waren bleef de schade aan de natuur beperkt. Uitbreiding met echte horeca, en dus meer bezoekers en gebruik in de avonduren, met lawaai en licht, geeft naar het oordeel van de VVG een accentverlegging naar intensieve recreatie.

Zie hiervoor ook ons dossier Blaricum aan Zee.Hier wordt kort omschreven hoe de regelgeving tussen gemeente en provincie in elkaar zit. Speciaal van belang in dit dossier is een brief van de Provincie waar duidelijk in staat dat deze ontwikkeling niet kan plaatsvinden wegens “significant negatieve effecten” op het NNN gebied.

Update december 2019

De gemeente heeft de termijn voor de beslissing op de aangevraagde vergunning voor het bouwen van een strandpaviljoen verlengd tot uiterlijk 22 januari 2020. De bouw vóór het a.s. seizoen is daarmee niet meer haalbaar.
Er wordt gesproken over een semi-permanent paviljoen. Dat is subtiel, want voor een permanent paviljoen (wat het volgens ons wordt) gelden andere regels dan voor een tijdelijk paviljoen (max 10 jaar). De VVG heeft de gemeente in ieder geval verzocht de juiste procedure te voeren, hetgeen thans naar onze mening niet het geval is. Het verlenen van een tijdelijke Omgevingsvergunning voor tien jaar, een looptijd die gelijk is aan die van een bestemmingsplan, is een poging om een zorgvuldige ruimtelijke afweging te omzeilen.

Op 19 november 2019 hebben enkele bestuursleden van de VVG een gesprek gehad met de burgemeester, wethouder Kennis en enkele ambtenaren. Beide partijen willen graag zo snel mogelijk duidelijkheid welke regels van toepassing zijn. Zie onze brief aan de gemeente. Dat is van belang voor een eventueel besluit een tweede tijdelijke strandtent te plaatsen en ook voor het nieuwe paviljoen. Een gang naar de rechter om daarover een uitspraak te krijgen is niet te voorkomen. Zie ons beroepschrift

Wat de ophoging met zand en het aanbrengen van verhardingen betreft is in overleg met de gemeente een pro forma bezwaar ingediend. Dit geeft de gemeente de ruimte om nog met de provincie te overleggen of en hoe het mogelijk is gebruik te maken van de regeling voor compensatie c.q. saldering van het verlies aan oppervlakte en kwaliteit van het NNN als gevolg van de strandverbreding en het eventuele nieuwe strandpaviljoen. Hierbij behoudt de VVG het recht om formeel nog bezwaar in te dienen indien dat nodig zou zijn.
De provincie heeft ons al wel bericht dat deze op deze werkzaamheden de provinciale regels ter bescherming van NNN gebied van toepassing zijn en dat de strandophoging niet past binnen de beheerverordening. Zie bijlage

Het bezwaar tegen de tijdelijke strandtent lijkt niet meer actueel. Maar als er volgend jaar weer een vergunning wordt aangevraagd voor een tijdelijke strandtent is het helder als de spelregels alvast vastliggen. Een uitspraak van de rechtbank is ook maatgevend voor het nieuwe wat minder tijdelijke paviljoen. Volgens de provincie zal de ontwikkeling zal moeten voldoen aan artikel 19 van de PRV. Dat betekent dat er een groot openbaar belang zou moeten zijn, wat volgens ons (en heersende rechtspraak) er niet is.

Piet Bakker en Dick Jonkers hebben op ons verzoek de natuurtoets en de flora- en fauna inventarisatie beoordeeld. Hun conclusie is dat de door de gemeente in de procedure gebruikte rapporten onvolledig en deels onjuist zijn. Voor iedereen die nog steeds denkt dat het gaat om schraal gras met hondendrollen, verplichte kost! In dit rapport wordt ook de voorgestelde compensatie van  744 m2 in de Blaricummermeent op ecologische gronden afgekeurd. Zie hier het rapport.

11 augustus 2019: Aanvraag vergunning paviljoen

Op 2 augustus is een omgevingsvergunning aangevraagd om op de Stichtseweg (ongenummerd) een strandpaviljoen te mogen bouwen, met een instandhoudingstermijn van 10 jaar.

De VVG zal er – in het belang van de natuurbescherming in dit gebied –  op toezien dat  de juiste procedure zal worden gevolgd. In het bovengenoemde bezwaarschrift maken wij bezwaar omdat dit bij Blaricum Beach niet het geval is geweest.

11 juli 2019: Hoorzitting van Commissie voor de bezwaarschriften

Bij deze hoorzitting verschenen voor de commissie: twee vertegenwoordigers van de gemeente, enkele bestuursleden van de VVG en de uitbater van de strandtent, die een petitie overhandigde met een oproep aan de Gemeente er voor te zorgen dat de strandtent mag blijven.

De commissie ontving informatie dat bij het beoordelen door de provincie of een ontwikkeling mogelijk is, de planvorm (bestemmingsplan of omgevingsvergunning) geen rol speelt.

Volgens een in de procedure ingebracht mailbericht van de provincie is in de natuurtoetsen behorend bij de ruimtelijke onderbouwing door de gemeente de Provinciale Ruimtelijke verordening (PRV) niet meegenomen. Hierdoor zijn twee zaken op het gebied van NNN niet goed opgenomen. Ten eerste is de beschrijving van het gebied door de provincie (WKW) niet gebruikt voor de toets. Daarnaast is het oppervlakteverlies (door het opbrengen van het zand) als “niet significant” beoordeeld, maar significantie is geen item meer bij oppervlak: ELK oppervlakteverlies is ontoelaatbaar.

7 juni 2019: Bezwaarschrift VVG tegen upgrade strand en Blaricum Beach

Na rijp beraad hebben wij besloten bezwaar in te dienen tegen het upgraden van het strand en het plaatsen van de tijdelijke horecavoorziening. Het is gebleken dat deze combinatie een enorme toeloop van strandbezoekers tot gevolg heeft. Ook het oostelijke en meest kwetsbare deel van het recreatiestrand zit met mooie dagen stampvol. De bescherming van dit gebied (NNN) is hiermee ondergeschikt geworden aan het recreatieve belang. Wat is de aanwijzing als beschermd gebied nu eigenlijk nog waard? De vraag “of dat allemaal maar zo kan en mag” willen de Vrienden van het Gooi nu wel eens getoetst zien. Het spreekt voor zich dat ook latere ontwikkelingen in dit gebied, het horecapaviljoen en (als het er nog van komt) Blaricum aan Zee, door ons nauwlettend gevolgd zullen worden. Ook de kustvisies van Huizen en Gooise Meren hebben onze aandacht.

Bezwaarschrift 7 juni 2019 en persbericht 11 juni 2019

Juni 2019: Schriftelijke vragen fracties GroenLinks, PvdA en D66 aan Provinciale Staten van Noord-Holland.

Genoemde fracties hebben een aantal vragen gesteld over de wenselijkheid en correctheid van de (tijdelijke) horeca voorziening op het strand van het voorland van de Stichtse Brug.

Zij vragen zich af of jaarronde recreatie vanuit een hoogwaardige horecavoorziening wel in overeenstemming is met de huidige natuurbestemming (NNN) en de beschermde status van het gebied volgens de PRV. Ook zijn zij van mening dat een vergunning voor 10 jaar in dit beschermde gebied geen “kleinere ontwikkeling” is en dat hier een bestemmingsplanprocedure voor doorlopen dient te worden.

Hier is geen sprake is van een groot openbaar belang, een grootschalige ontwikkeling in het gebied zal significante negatieve effecten zal hebben op de natuur.

Zij vragen zich af of het college hun mening deelt dat de kans op haalbaarheid van een bestemmingswijziging gering is.

25 mei 2019: Persbericht Wil Lambo 

Op 25 mei ontvingen wij een persbericht met de titel: Strandtent onrechtmatig gezet? van Wil Lamboo. Hiermee haakt hij aan bij de twijfels die de VVG in haar eigen persbericht heeft geuit.

Hij signaleert regelgeving van de provincie die aangeeft dat intensivering van het recreatief gebruik (inclusief bebouwing of andere voorzieningen) ten koste van de waardevolle begroeiing nadrukkelijk ongewenst is. De gemeente Blaricum heeft een eigen beheerverordening, die uitzonderingen kent voor tijdelijke bouwwerken. Maar desondanks is de gemeente gebonden aan de regels van de Provincie en deze laten geen strandtent dan wel straks een strandpaviljoen toe, zoals hij schrijft.
Zie hier voor de tekst van het persbericht van W. Lamboo.

8 mei 2019: Persbericht VVG 

In een persbericht d.d. 8 mei 2019 hebben wij aangekondigd dat wij duidelijkheid willen over de vraag of de gemeente, de provincie en de terreineigenaar met deze kwestie zowel bestuurlijk als juridisch wel verantwoord omgaan.

16 april 2019: Vragen aan gemeente

De VVG heeft op 16 april twee brieven aan de Gemeente Blaricum verzonden met vragen over beide plannen. De kernvraag is of de Gemeente voor de realisatie van deze plannen van plan is om omgevingsvergunningen te verlenen, de bestemmingsplannen aan te passen en of zij zich realiseert dat daarbij de regels die de Provincie heeft gemaakt om de natuur daar te beschermen in acht moeten worden genomen.

In beide brieven wordt uitgebreid ingegaan op de juridische situatie en de geldende regelgeving. Hier kunt u de brief lezen die gaat over de recreatie, en hier over de waterwoningen. In een gesprek met de wethouders Liesbeth Boersen-de Jong en Anne-Marie Kennis na het plaatsen van de strandtent is duidelijk geworden dat de regelgeving ter bescherming van dit stuk bijzondere natuur niet goed is toegepast.

Natuurwaarden van het Voorland:

Hierboven een recente foto van het oostelijk deel van het recreatiestrand, met recreanten op het (kruiden en faunarijke) gras. Hiernaast dit zelfde  gras, maar dan in 2016, vol met Parnassia. Deze plant komt voor op de Rode Lijst als één van de plantensoorten voor die in Nederland met uitsterving bedreigd worden en/of beschermd zijn.

In 2016 is er (toen Blaricum aan Zee nog een bedreiging was) een rapport opgesteld door Piet Bakker, mede namens de Vereniging van Vrienden van het Gooi, de KNNV afdeling Gooi, het IVN Gooi en omstreken en de Vogelwerkgroep Het Gooi en Omstreken. Zie hier de volledige versie. Dit rapport is destijds uiteraard aangeboden aan de gemeente Blaricum.

Hieronder een kaartje waarop wordt aangegeven welke natuurwaarden er aanwezig zijn. Slecht voor een heel klein deel (surfstrand west, 3) is aangegeven dat de natuurwaarde gering is.

Upgrade van de natuurtoets door Haskoning, in opdracht van de gemeente Blaricum, januari 2019: Upgrade (naar recreatiegebied) Voorland Stichtsebrug en plaatsing tijdelijk strandpaviljoen. Onderaan het rapport, tabel 7.2, staat dat extra recreatie en daarmee meer honden verstoring van broedvogels geeft en dat kwetsbare graslanden zullen worden betreden. Honden zullen nesten en holen vernielen, fauna doden en (ruige dwerg) vleermuizen worden gestoord in hun vliegroute en paarverblijfplaatsen. Wat het rapport “ enkele relatief kleine werkzaamheden” noemt heeft een immens effect op de recreatie druk.

Natuurwaarden volgens de Provincie

Onderstaande tekst geeft aan welke natuurwaarden de provincie toekent aan het natuurgebied van het voorland. De gesignaleerde overeenkomst met duingebieden is de aanwezigheid van zout, afkomstig uit diepe zandwinningputten in de voormalige Zuiderzee.

Het Voorland aan de oever van het Gooimeer kent door de vele gradiënten een grote rijkdom aan plantensoorten. In de bosjes van het Voorland (N14.03 Haagbeuken en essenbos) groeit o.a. de grote keverorchis en de bossen zijn ook rijk aan paddenstoelen. Een rijke plantengroei is verder vooral aanwezig op het groene strand (N10.02 Vochtig hooiland), maar ook op het recreatiestrand zijn bijzonder soorten aan te treffen (N12.02 Kruiden- en faunarijk grasland). Lidsteng en de uitgestrekte begroeiing van paddenrus duiden op basenrijke omstandigheden (kalkrijk zand). Teer guichelheil, moeraswespenorchis, groenknolorchis, parnassia en moeraskartelblad zijn eveneens soorten van natte en kalkrijke bodems. Er zijn verschillende kale plekken aanwezig met pioniervegetaties met bitterling en duizendguldenkruid. Ook zijn er nog planten aanwezig die wijzen op zilte of brakke omstandigheden zoals moeraszoutgras, ruwe bies, aardbeiklaver en rode ogentroost. Op het groene strand groeit verder het zeer zeldzame vierkantsmos. Er zijn veel overeenkomsten tussen deze vegetaties en de begroeiing van natte kalkrijke duinvalleien in het kustgebied. Een verdere overeenkomst met duingebieden is de rijkdom aan paddenstoelsoorten, waarvan er 15 kenmerkend zijn voor de zogenaamde wasplaten-graslanden. Hiervan zijn 12 soorten nationaal zeldzaam. Ze zijn kenmerkend voor stabiel beheerde schrale graslanden op ongestoorde bodems en in ons land en ook daarbuiten zeer  zeldzaam geworden. Ze zijn beperkt tot het noordoostelijke deel van het recreatiestrand, op het groene strand ontbreken ze.

Potentiële natuurwaarden:
De natuurpotenties van het Voorland aan het Gooimeer worden reeds grotendeels benut. Het is van belang dat het microreliëf en daarbij horende gradiënten in het gebied ongeschonden blijven. Hierdoor wordt het unieke mozaïek aan planten- en paddenstoelengemeenschappen behouden. De toegankelijkheid van deze terreinen vormt tot op heden geen probleem, maar intensivering van het recreatief gebruik (inclusief bebouwing of andere voorzieningen) ten koste van de waardevolle begroeiing is nadrukkelijk ongewenst. Consequent graslandbeheer zonder bemesting of bestrijdingsmiddelen is eveneens een voorwaarde voor behoud en verdere ontwikkeling van de soortenrijke vegetaties.

Plan waterwoningen
toen nog in combinatie met jachthaven