VVG stelt vragen over paviljoen en waterwoningen in Blaricum

Met vergunning van de gemeente Blaricum is er een strandtent op het strand van het voorland van de Stichtse brug gezet. In november zou er een paviljoen moeten komen. Ook dit zal tijdelijk zijn, maar dan voor maximaal 10 jaar. Volgens de gemeente omdat er toch nog plannen zijn om Blaricum aan Zee te realiseren. Dit leek niet door te gaan omdat de financiering niet rond kwam.

Zonder zicht op een financierbaar plan voor Blaricum aan Zee is het strandpaviljoen hier voor lange tijd welkom, vindt de gemeente. De VVG vindt dat als je iets wil bouwen voor langere tijd, zonder dat er zicht op is dat dat gebouw ook weer verdwijnt, er een bestemmingsplan moet worden opgesteld. Het verlenen van een tijdelijke Omgevingsvergunning voor tien jaar, een looptijd die gelijk is aan die van een bestemmingsplan, is een poging om een zorgvuldige ruimtelijke afweging te omzeilen.

Zie hiervoor ook ons dossier Blaricum aan Zee.  Hier wordt ook kort omschreven hoe de regelgeving tussen gemeente en provincie in elkaar zit.

Maar dit is niet alles,  nu wordt ook een oud plan weer uit de kast gehaald: drijvende woningen voor het strand, in aansluiting op de recent aangelegde woonwijk.

Zowel het voorland als het water maken onderdeel uit van het Natuur Netwerk Nederland (NNN). Dit is een landelijk netwerk van natuurgebieden, bedoeld om de biodiversiteit in Nederland te behouden en zo mogelijk te verhogen. Gemeenten moeten deze gebieden in hun bestemmingsplan opnemen en daarbij regels stellen voor de bescherming, instandhouding en ontwikkeling van de ‘wezenlijke kenmerken en waarden’ die de provincie aan deze gebieden heeft toegekend.

Bij het voorland, inclusief het strandgedeelte is de door de provincie toegekende bestemming: “natuur, met beperkte recreatie”. Tot nu toe heeft dat redelijk goed gefunctioneerd. Hoewel er zorgen waren bleef de schade aan de natuur beperkt. Uitbreiding met echte horeca, en dus meer bezoekers, meer wandelaars met honden en gebruik in de avonduren, met lawaai en licht, geeft naar het oordeel van de VVG een accentverlegging naar intensieve recreatie.

Afwijking van de provinciale voorschriften, bijvoorbeeld door bouwen in een natuurgebied, is mogelijk als er “een groot maatschappelijk belang” is. In rechtspraak is vastgelegd dat recreatie dat nooit is.

Wat het water betreft waar de waterwoningen moeten komen is de bestemming alleen maar “natuur”. Wonen op water, in ambtelijke termen: verstedelijking, hoort hier niet in thuis.

De VVG heeft op 16 april twee brieven aan de Gemeente Blaricum verzonden met vragen over beide plannen. De kernvraag is of de Gemeente voor de realisatie van deze plannen van plan is om omgevingsvergunningen te verlenen, de bestemmingsplannen aan te passen en of zij zich realiseert dat daarbij de regels die de Provincie heeft gemaakt om de natuur daar te beschermen in acht moeten worden genomen.

In beide brieven wordt uitgebreid ingegaan op de juridische situatie en de geldende regelgeving. Hier kunt u de brief lezen die gaat over de recreatie, en hier over de waterwoningen. In een gesprek met de wethouders Liesbeth Boersen-de Jong en Anne-Marie Kennis na het plaatsen van de strandtent is duidelijk geworden dat de regelgeving ter bescherming van dit stuk bijzondere natuur niet goed is toegepast.

In een persbericht d.d. 8 mei 2019 hebben wij aangekondigd dat wij duidelijkheid willen over de vraag of de gemeente, de provincie en de terreineigenaar met deze kwestie zowel bestuurlijk als juridisch wel verantwoord omgaan.

Plan waterwoningen
toen nog in combinatie met jachthaven

Natuurwaarden van het Voorland:

Upgrade van de natuurtoets door Haskoning, in opdracht van de gemeente Blaricum, januari 2019: Upgrade (naar recreatiegebied) Voorland Stichtsebrug en plaatsing tijdelijk strandpaviljoen. Onderaan het rapport, tabel 7.2, staat dat extra recreatie en daarmee meer honden verstoring van broedvogels geeft en dat kwetsbare graslanden zullen worden betreden. Honden zullen nesten en holen vernielen, fauna doden en (ruige dwerg) vleermuizen worden gestoord in hun vliegroute en paarverblijfplaatsen.

In 2016 is er (toen Blaricum aan Zee nog een bedreiging was) een rapport opgesteld door Piet Bakker, mede namens de Vereniging van Vrienden van het Gooi, de KNNV afdeling Gooi, het IVN Gooi en omstreken en de Vogelwerkgroep Het Gooi en Omstreken. Zie hier voor de volledige versie

Hieronder een kaartje waarop wordt aangegeven welke natuurwaarden er aanwezig zijn. Slecht voor een heel klein deel (surfstrand west, 3) is aangegeven dat de natuurwaarde gering is.

Onderstaande tekst geeft aan welke natuurwaarden de provincie toekent aan het natuurgebied van het voorland:

Het Voorland aan de oever van het Gooimeer kent door de vele gradiënten een grote rijkdom aan plantensoorten. In de bosjes van het Voorland (N14.03 Haagbeuken en essenbos) groeit o.a. de grote keverorchis en de bossen zijn ook rijk aan paddenstoelen. Een rijke plantengroei is verder vooral aanwezig op het groene strand (N10.02 Vochtig hooiland), maar ook op het recreatiestrand zijn bijzonder soorten aan te treffen (N12.02 Kruiden- en faunarijk grasland). Lidsteng en de uitgestrekte begroeiing van paddenrus duiden op basenrijke omstandigheden (kalkrijk zand). Teer guichelheil, moeraswespenorchis, groenknolorchis, parnassia en moeraskartelblad zijn eveneens soorten van natte en kalkrijke bodems. Er zijn verschillende kale plekken aanwezig met pioniervegetaties met bitterling en duizendguldenkruid. Ook zijn er nog planten aanwezig die wijzen op zilte of brakke omstandigheden zoals moeraszoutgras, ruwe bies, aardbeiklaver en rode ogentroost. Op het groene strand groeit verder het zeer zeldzame vierkantsmos. Er zijn veel overeenkomsten tussen deze vegetaties en de begroeiing van natte kalkrijke duinvalleien in het kustgebied. Een verdere overeenkomst met duingebieden is de rijkdom aan paddenstoelsoorten, waarvan er 15 kenmerkend zijn voor de zogenaamde wasplaten-graslanden. Hiervan zijn 12 soorten nationaal zeldzaam. Ze zijn kenmerkend voor stabiel beheerde schrale graslanden op ongestoorde bodems en in ons land en ook daarbuiten zeer  zeldzaam geworden. Ze zijn beperkt tot het noordoostelijke deel van het recreatiestrand, op het groene strand ontbreken ze.